Ze begonnen met een koffer vol plannen en een hoofd vol lef, en belandden uiteindelijk midden in het Surinaamse regenwoud. Daar bouwen Matthijs en Valeska, bekend van Ik Vertrek, stap voor stap aan een plek waar wilde dieren weer veilig kunnen ademhalen. Het klinkt als een droom, maar het blijkt vooral ook: iedere dag aanpakken, zorgen en doorgaan.
In hun nieuwste update vertellen ze hoe het project langzaam maar zeker volwassen wordt. Niet met grote woorden, maar met concrete mijlpalen, nieuwe dierenverblijven en een dagelijkse realiteit die soms rauw is. En ergens tussen al dat bouwen en verzorgen door, sluipt ook het gemis binnen.
Een sanctuary die steeds meer vorm krijgt
De afgelopen tijd stond vooral in het teken van opbouwen. Matthijs en Valeska werken aan stevige, duurzame verblijven die tegen het klimaat kunnen én jarenlang mee moeten. Dat kost geld, materiaal en vooral veel uren. Toch levert het ook iets op: steeds meer ruimte om dieren op te vangen.
Naast de verblijven groeit ook de infrastructuur eromheen. Ze zijn bezig met een dierenziekenhuis en quarantainefaciliteiten, zodat nieuwe dieren eerst kunnen aansterken en gecontroleerd worden voordat ze bij anderen terechtkomen. Voor een wildlife sanctuary is dat geen luxe, maar simpelweg noodzakelijk.
Nieuwe dieren, oude wonden
Dat die opvang hard nodig is, blijkt uit de dieren die binnenkomen. Zo werd er opnieuw een kapucijnaap opgevangen die volgens het stel uit schrijnende omstandigheden kwam. Het dier zat in een klein kooitje van kippengaas, en had een touw om zijn middel dat al in zijn huid sneed.
Inmiddels gaat het een stuk beter met de aap, vertellen ze. Hij zit nu in een ruimer, nieuw verblijf waar hij kan klimmen en bewegen. Zulke verhalen maken meteen duidelijk waarom Matthijs en Valeska zo hameren op degelijke bouw: goede zorg begint bij een veilige plek.

Bouwen aan verblijven én vertrouwen
Het blijft niet bij één project. Het capibaraverblijf is bijna klaar, wat weer ruimte geeft voor nieuwe opvang. Ook verwachten ze binnenkort een jonge waterbuffel, Willem. Het zijn van die details die hun sanctuary ineens heel tastbaar maken: het groeit echt, dier voor dier.
Ook met de pekari’s gaat het volgens de update goed. Die dieren zitten inmiddels in een ruimer verblijf met een modderpoel, precies zoals ze het graag hebben. Het zijn kleine stappen, maar samen vormen ze de kern van hun missie: dieren weer dier laten zijn.
Vrijwilligers vinden hun weg naar het regenwoud
Niet alleen de dieren weten de plek te vinden. De opvang krijgt ook steeds meer aanloop van vrijwilligers, en dat is belangrijk. Extra handen betekenen extra tijd voor verzorging, onderhoud en het bouwen van nieuwe voorzieningen. Bovendien brengt het energie en nieuwe ideeën mee, iets wat je op afgelegen plekken goed kunt gebruiken.
De reserveringen komen volgens Matthijs en Valeska gestaag binnen. Dat heeft ook een praktische reden: ze zijn inmiddels een erkend leerbedrijf voor mbo-opleidingen in dierenverzorging. Voor studenten is het een unieke kans om ervaring op te doen, en voor het sanctuary een waardevolle steun.

Leven op het ritme van Suriname
Tussen het harde werken door klinkt ook duidelijk door dat ze genieten. Het leven in Suriname bevalt ze enorm goed, zeggen ze. De temperaturen zijn aangenaam en het geluid van kikkers is overal om hen heen. In plaats van een volle agenda, leven ze meer met het ritme van de dag.
Dat betekent niet dat het altijd gemakkelijk is. Werken in het regenwoud is fysiek, en plannen lopen niet altijd zoals je in Nederland gewend bent. Maar juist daarin lijken Matthijs en Valeska hun plek gevonden te hebben: niet alles hoeft strak, zolang het vooruitgaat.
Terugkijken zonder spijt, met een paar missen
Als ze terugkijken op hun avontuur, zouden ze niets anders hebben gedaan. Ze erkennen dat je onderweg leert, en dat fouten en omwegen nu eenmaal bij zo’n grote stap horen. Tegelijk zijn er natuurlijk dingen die ze af en toe missen uit Nederland, zoals een tompouce.
Het grootste gemis blijft echter hun gezin: “Natuurlijk missen we de kinderen,” laten ze weten. Gelukkig is er regelmatig contact via videobellen, maar dat neemt het gevoel niet helemaal weg. Het is die combinatie van trots en gemis die hun verhaal zo herkenbaar maakt.
Wat je op tv ziet, is nog maar een deel
Ik Vertrek laat vaak de grote lijnen zien: afscheid, emigratie, stress en uiteindelijk een nieuwe start. Maar updates zoals deze vullen het echte plaatje in. Waar televisie stopt, begint voor veel deelnemers pas het lange traject van bouwen, keuzes maken en volhouden.






