De spotlights stonden weer aan, de orkestbak draaide op volle toeren en de overgebleven BN’ers moesten opnieuw bewijzen dat musical toch echt een vak apart is. Stars on Stage levert elke week genoeg gespreksstof op, maar deze aflevering bleef er vooral iets anders hangen dan een valse noot.
Want terwijl de kandidaten zich in het zweet werkten op bekende Nederlandstalige musicalhits, ontstond bij kijkers opnieuw dat kriebelige gevoel: wordt iedereen wel met dezelfde meetlat beoordeeld? Het is zo’n vraag die je pas hardop stelt nadat je meerdere optredens naast elkaar hebt gelegd.
Een aflevering vol bekende musicalhits
De nieuwste aflevering zette de deelnemers voor de uitdaging om nummers te brengen die veel kijkers direct herkennen. Dat is genieten, maar het is óók riskant: zodra een liedje iconisch is, hoort iedereen meteen of het klopt, of juist niet.
De show viel bovendien op door het tempo: strak gemonteerd, veel energie op het podium en een jury die zichtbaar zin had om te prikken, sturen en schaven. Precies zoals je verwacht bij een programma dat talent én televisie wil combineren.
De jury lijkt strenger voor de één dan voor de ander
Wat steeds meer opvalt, is dat vaste juryleden Paul de Leeuw en Albert Verlinde niet altijd dezelfde toon aanslaan bij vergelijkbare prestaties. Kritiek kan natuurlijk, maar het wringt wanneer opmerkingen elkaar binnen één beoordeling bijna tegenspreken.
Het is ook precies dat wat voor irritatie zorgt bij een deel van het publiek: als iemand technisch sterk zingt, is het “te bedacht”, maar als iemand meer op gevoel gaat, is het “te rommelig”. Dan wordt het voor kandidaten een lastige puzzel.
Bouke zorgt voor kippenvel, maar krijgt toch prikken
Bouke wist deze week indruk te maken met een nummer uit The Phantom of the Opera. Zijn stem klonk groot, gedragen en gecontroleerd; zo’n moment waarop je als kijker even vergeet dat je naar een wedstrijdprogramma zit te kijken.

Toch kwam er kritiek. Paul zette vraagtekens bij de emotionele verbinding en noemde het optreden wat ‘verstandelijk’ gezongen. Dat mag, maar het is opvallend: bij anderen is het vaak juist andersom, alsof er altijd wel iets te vinden móét zijn.
Vinchenzo krijgt een loodzware opdracht en dat hoor je terug in de cijfers
Vinchenzo kreeg een nummer uit Aladdin en dat soort keuzes zijn spectaculair, maar ook meedogenloos. Dansen, springen, getild worden én ondertussen zuiver blijven zingen: het is topsport, zeker in een live-setting.
De jury vond dat hij ‘te hard werkte’, terwijl er ook werd gezegd dat hij de volgende keer ‘harder aan de bak’ moest. Gastjurylid Richard Groenendijk wees daarnaast op een wankele stem door alle disciplines tegelijk. Begrijpelijk, maar het voelt streng.
Herstel van griep en het nadeel van een “knalact”
Wat extra meespeelt: Vinchenzo was nog herstellende van een griepje van vorige week. Dan is ademsteun net wat fragieler en liggen hoge noten en lange zinnen ineens veel verder weg dan normaal.
Daarnaast lijkt er een patroon te ontstaan: kandidaten die het zwaarste spektakelnummer krijgen, lopen vaker tegen lagere punten aan. Wie vooral hoeft te dragen op zang en relatief rustig kan spelen, heeft simpelweg meer ruimte om te controleren.
Dyantha als voorbeeld: presteren en toch in de gevarenzone
De vorige aflevering liet dat al zien bij Dyantha Brooks. Zij leverde een energiek optreden met stevige choreografie, maar dat kost adem. En in musical is adem gelijk aan zang, en zang is gelijk aan punten.
Het gevolg: ondanks een knappe performance belandde ze in de final curtain. Voor kijkers voelt dat soms oneerlijk, omdat het programma dan lijkt te belonen wie een ‘veiligere’ opdracht krijgt, in plaats van wie het meest waagt.

Roxeanne en het probleem van de verkeerde songkeuze
Ook Roxeanne Hazes kreeg feedback die eigenlijk begint bij de opdracht. Ze kreeg een nummer dat meer richting pop leunde, iets wat bij haar past, maar dan komt de jury vervolgens met: “We willen meer zien.”
Dat is precies het punt: als je iemand een typische popsong geeft, moet je niet verbaasd zijn dat het resultaat… poppy wordt. Wil je musicalspel, geef dan een nummer waarin dat echt gevraagd wordt.
Sosha pakt opnieuw topscore en dat voelt als een voorselectie
Er is één deelnemer die bijna wekelijks op een wolk van lof lijkt te staan: Sosha Duysker. Ook deze aflevering haalde ze de topscore van 15 sterren, en je voelt bij veel kijkers een vermoeden groeien.
Niet omdat ze het niet kan—integendeel, haar stem is indrukwekkend—maar omdat het soms lijkt alsof de jury bij haar minder zoekt naar minpunten. Terwijl bij anderen op elke slak zout wordt gelegd, lijkt zij ‘veilig’ te zitten.
Kwetsbaarheid op het podium: waarom het werkt
Wat Sosha sterk doet, is meer dan goed zingen. Ze laat ook onzekerheid toe, en dat is in musical vaak het geheime wapen: het publiek hoeft geen perfectie, het wil geraakt worden.
Ze sprak over de stemmen in je hoofd die zeggen dat je niet goed genoeg bent en dat anderen altijd beter zijn. Dat soort eerlijkheid maakt een optreden groter, zelfs als er technisch gezien elders ook topprestaties staan.
Kijkers blijven twijfelen: jureren of sturen?
De grote vraag die boven de aflevering hangt: is de jury puur aan het jureren, of ook aan het sturen naar een ideaal eindplaatje? Bij een tv-show is dat een dun lijntje, en juist daarom ligt het zo gevoelig.
Als kijkers het gevoel krijgen dat er al een winnaar in de maak is, daalt de spanning. En spanning is het hart van een talentwedstrijd. Dat maakt de komende weken extra interessant: blijft dit beeld bestaan, of draait het nog om?








