Ze zijn niet meer weg te denken uit de Nederlandse avond: talkshows. Elke werkdag schuiven er politici, artiesten, deskundigen en opiniemakers aan om het nieuws door te nemen. Toch klinkt er steeds vaker gemor over de formule. Niet omdat er te weinig gebeurt, maar juist omdat het volgens sommigen allemaal wel erg serieus is geworden.
Die kritiek komt deze keer van Gerard Joling. De zanger en entertainer, die al decennia meedraait in tv-land, vindt dat de balans is verschoven. En als Gerard iets vindt, dan zegt hij het meestal ook. In een interview laat hij doorschemeren dat het ‘roer om’ mag, ook bij grote namen in talkshowland.
Talkshows zijn goed, maar volgens Geer te zwaar
Gerard is niet iemand die talkshows per definitie afserveert. Integendeel: hij erkent dat Nederland sterke programma’s heeft en dat er presentatoren rondlopen die hun vak verstaan. Hij noemt onder anderen Beau van Erven Dorens, Eva Jinek en Jeroen Pauw als mensen die het genre dragen.
Maar daar zit volgens hem meteen het probleem: de kwaliteit is hoog, de toon is vaak ook zwaar. Gerard vindt dat onderwerpen wel erg serieus zijn en dat er te weinig ruimte overblijft voor ontspanning. Af en toe een lach, een luchtig moment of wat meer ‘vermaak’ mag er best bij, is zijn boodschap.
Te veel gasten, te weinig ruimte aan tafel
Wat hem ook opvalt, is hoe vol die talkshowtafels tegenwoordig zijn. In veel programma’s schuiven meerdere gasten tegelijk aan, vaak met verschillende onderwerpen. Dat levert tempo op, maar volgens Gerard gaat het ook ten koste van het gesprek.

Met zoveel mensen aan tafel komt niet iedereen goed uit de verf. Gesprekken worden afgekapt omdat er alweer een volgend item wacht, en sommige gasten zitten er vooral bij. Zijn suggestie: minder mensen tegelijk, meer focus, en daardoor meer ruimte voor persoonlijkheid en spontaniteit.
Waarom dit juist nu opvalt op tv
De timing van zijn opmerkingen is niet zo vreemd. De afgelopen jaren is de talkshow steeds meer een plek geworden waar het nieuws wordt ‘geduid’. Van politieke crises tot internationale conflicten, van zorgproblemen tot polarisatie: het komt allemaal voorbij, vaak avond na avond.
Dat is logisch, want veel kijkers willen begrijpen wat er speelt. Tegelijkertijd is er ook een groeiende groep die na een lange dag juist behoefte heeft aan iets lichters. Gerard verwoordt die kijkerswens op zijn eigen manier: het mag best wat minder zwaar en wat meer ontspannen.
Eva Jinek en de talkshowdruk van elke avond
Als je dagelijks live televisie maakt, is het zoeken naar een middenweg. Een talkshow moet relevant zijn, maar ook aantrekkelijk blijven. Eva Jinek is daarbij een vaste waarde. Ze staat bekend om scherpe interviews, stevige onderwerpen en een duidelijke journalistieke toon.
Juist dat maakt haar geliefd bij een groot publiek, maar het kan ook verklaren waarom iemand als Gerard zegt: het is soms wel erg veel. Niet als persoonlijke aanval, maar als signaal dat het genre misschien wat meer afwisseling kan gebruiken.

Meer documentaires: Geer is duidelijk fan
Opvallend genoeg gaat Gerard in hetzelfde interview ook een heel andere kant op: hij wil meer documentaires op tv. Hij vertelt dat hij opnieuw de documentaire Like tears in rain heeft gekeken, over acteur Rutger Hauer. Dat maakte indruk, opnieuw.
Gerard noemt dat hij altijd al fan was van Hauer, niet alleen vanwege zijn uitstraling maar vooral vanwege zijn talent. Vooral de manier waarop Hauers vrouw in de documentaire over hem spreekt—liefdevol en met respect—raakte hem. Volgens Gerard mogen er veel meer van dit soort portretten op televisie komen.
Luchtig én inhoudelijk: het hoeft geen tegenstelling te zijn
De discussie die Gerard aanwakkert, draait eigenlijk om een simpele vraag: wat willen we ’s avonds zien? De een zoekt duiding en actualiteit, de ander wil juist even ontsnappen. En veel kijkers willen waarschijnlijk een combinatie van die twee.
Een talkshow kan best informatief zijn en tóch af en toe lichter aanvoelen. Een goede anekdote, een muziekoptreden, een verrassende gast of een klein menselijk moment kan al genoeg zijn om de toon te breken. Misschien is dat precies waar Gerard op doelt: meer ademruimte.
