In Een Vergetelijk Mooie Reis gaat Paul de Leeuw niet alleen met een groep mensen met alzheimer op pad, hij maakt vooral ruimte voor de verhalen erachter. Verhalen van kinderen, partners en vrienden die elke dag proberen mee te bewegen met een ziekte die niets laat zoals het was.
In de tweede aflevering schuift Rejo aan. Hij is een van die mantelzorgers die jarenlang de schouders eronder zette, totdat het simpelweg niet meer ging. Wat volgt is geen televisie-moment om snel door te zappen, maar een gesprek dat blijft hangen.
Het programma dat discussie oproept
Toen het programma vorige week startte, was de toon in de media meteen stevig. Johan Derksen noemde het concept zelfs mensonterend. Tegelijkertijd klonk er bij veel kijkers juist waardering: zij zagen een serie die familieleden eerlijk laat vertellen, zonder de boel te versieren.
Dat spanningsveld hangt ook boven deze aflevering. Want hoe leg je het leven met alzheimer vast zonder dat het wringt? Omroep MAX lijkt te kiezen voor nabijheid: niet het spektakel, maar de kwetsbaarheid. En precies daar zit de kracht én het ongemak.
Rejo en zijn moeder joma: lange tijd ontkenning
Rejo vertelt over zijn moeder Joma, die alzheimer heeft. Lange tijd wilde zij zelf niets weten van de diagnose. Ze noemde het onzin, alsof het label haar vrijheid afpakte. Zelfs toen signalen duidelijker werden, bleef ze doorgaan alsof er niets aan de hand was.
Toen corona uitbrak, bleef Joma mensen ontvangen in haar salon voor gezichtsbehandelingen. Rejo zag het risico en voelde de verantwoordelijkheid groeien. Uiteindelijk nam hij haar in huis, in de hoop haar veiligheid en rust te bieden, al wist hij dat het zwaar zou worden.

Samenwonen werd overleven
In huis ging het lang niet altijd soepel. Rejo beschrijft de botsingen die ontstaan als iemand met alzheimer zich tegengesproken voelt. Een corrigerende opmerking kan al een vonk zijn. Boosheid, wantrouwen en verwarring liggen dan ineens op tafel.
Wat voor buitenstaanders klein lijkt, is voor een gezin soms een dagelijkse storm. Rejo probeerde het vol te houden, maar merkte dat zijn rol veranderde: van zoon naar verzorger, planner, bewaker. En ondertussen bleef hij zoeken naar de moeder die hij kende.
Een belofte op het sterfbed
Het gesprek kantelt wanneer Rejo vertelt over zijn vader. Op diens sterfbed deed hij een belofte: zorgen voor zijn moeder en voor ‘de meiden’. Het was, zo zegt hij, het enige dat zijn vader aan hem vroeg. En juist daarom voelt het zo loodzwaar.
Als Rejo daarna vertelt dat zijn moeder uiteindelijk toch het huis uit moest, breekt hij. Hij zegt dat hij de maat vol heeft gejankt. En dan komt die ene zin die alles samenvat: het voelt als falen. Niet rationeel, wel rauw echt.
Waarom het toch niet ‘falen’ is
Rejo benoemt ook iets wat veel mantelzorgers herkennen: je kunt iemand liefde geven, maar je kunt niet eindeloos zorg blijven leveren. Hij haalde herinneringen op aan leuke dingen die hij met zijn moeder deed, maar er kwam een moment dat het leven verder moest.
Hij schetst hoe het mis kon gaan als niemand erbij was. Dan kwam ze er niet meer uit, bleef ze zitten voor de televisie, en werd de wereld kleiner. Op dat punt wordt liefde soms juist: erkennen dat je het niet meer alleen kunt dragen.

De stap naar een woonzorghuis
Joma verhuisde naar een woonzorghuis. Voor Rejo was dat heftig, juist omdat ze zo intensief samen hadden geleefd. Het idee dat je je moeder ‘achterlaat’, blijft iets dat je niet zomaar wegredeneert, hoe logisch de keuze ook is.
Het pijnlijkst zijn de woorden die Joma in die fase uitsprak: “Moet ik nu hierheen?” en “Ga je mij hier achterlaten?” En ook: “Mag ik dan niet meer mee met jullie?” Rejo zegt dat zulke opmerkingen door merg en been gaan.
Toch ook opluchting: ze vond haar plek
Er zit in zijn verhaal niet alleen verdriet, maar ook opluchting. Rejo vertelt dat zijn moeder gelukkig al snel goed aardde op de woongroep. Waar hij van tevoren bang was voor vervreemding, zag hij dat er structuur, aandacht en veiligheid kwam.
Langzaam veranderde het gevoel. Hij zag dat het woonzorghuis echt haar thuis werd. En dat brengt iets zachts in een harde beslissing: als iemand met alzheimer rust vindt, voelt het alsof je niet hebt opgegeven, maar hebt doorgezet op een andere manier.










