Water kan je beste vriend zijn als je ergens in Zuid-Spanje een B&B met camperplekken wilt runnen, maar het kan net zo makkelijk je grootste dwarsligger worden. In de nieuwe aflevering van Ik vertrek krijgen Bart en Loes Kessler daar in Coín (vlak bij Málaga) een pijnlijk duidelijk lesje in. Ze komen vol plannen aan, met een strakke planning en een nóg strakker budget. Alleen: de natuur heeft geen agenda, en regen al helemaal niet.
Van Brabant naar Andalusië
Bart (31) en Loes (36) besluiten het roer om te gooien en met hun kinderen Kae (4) en Yuki (2) Brabant achter zich te laten. Hun bestemming is Coín, een plaats in Andalusië waar veel Nederlanders neerstrijken vanwege het klimaat en de ruimte. Ze kennen de omgeving al, want ze wonen er eerst acht maanden in een camper. Lang genoeg om dat gevoel te krijgen dat het niet alleen ‘vakantie’ is, maar ook echt ‘thuis’ kan worden.
En als je eenmaal dat idee hebt, komt al snel de volgende vraag: hoe ga je daar je leven opbouwen? Voor Bart en Loes ligt het antwoord in gastvrijheid. Ze willen een bed & breakfast starten met vijf kamers, en daarnaast ook nog tien camperplekken aanbieden. Klinkt als een droomplaatje, tot je hoort dat hun totale klus- én leefbudget 25.000 euro is. Dat is in Nederland al krap, maar met een leegstaande finca die opgeknapt moet worden is het helemaal puzzelen.
Een finca met potentie, maar ook problemen
Toch wagen ze de sprong en kopen ze een grote finca die al lange tijd leegstaat. Het idee: het gebouw omtoveren tot een plek waar alles klopt. Denk aan fijne, huiselijke kamers, een gezellige bar en een rustige, verzorgde uitstraling. Loes heeft daarbij een duidelijke smaak voor ogen: Japandi, die mix van Japanse minimalistische rust en Scandinavische warmte.
Alleen heeft een finca die lang leegstaat zelden alleen maar ‘potentie’. Er is altijd wel iets dat tegenvalt: achterstallig onderhoud, onverwachte reparaties of voorzieningen die toch niet blijken te werken. En als je tegelijkertijd ook nog met twee jonge kinderen op een bouwplaats leeft, wordt elke tegenslag dubbel zo intens. Eén ding is zeker: Bart en Loes moeten snel zorgen dat er inkomsten binnenkomen, anders is het budget vóór de opening al verdampt.

De race tegen het vakantieseizoen
Omdat het geld niet eindeloos is, is hun plan om zo snel mogelijk te starten met de camperplekken. Campergasten kunnen relatief snel komen, zeker als je de basis op orde hebt: een nette plek, stroom, sanitair en een veilige toegang. Precies daarom willen ze oude paardenstallen ombouwen tot een wc-gebouw. Als dat af is, kan het avontuur – in theorie – meteen beginnen.
Maar theorie en praktijk zijn in Ik vertrek zelden goede vrienden. Het stel rekent op tempo en op meewerken van de omstandigheden. Alleen hebben ze buiten de weergoden gerekend. Want net wanneer je buiten aan de slag moet met grondwerk en voorzieningen, is één factor dodelijk voor de planning: aanhoudende regen. En die regen komt. Niet één bui, maar dagenlang.
Als regen je planning opeet
Waar je in Spanje vaak denkt aan zon en droogte, laat Coín in deze aflevering een heel ander gezicht zien. Het gaat regenen. En regenen. En regenen. De ondergrond verandert in een zware, plakkerige klei, waardoor machines en voertuigen vastlopen en werkzaamheden stilvallen. Een terrein dat je ‘even’ klaar wilde maken, wordt ineens een modderige hindernisbaan.
Het gevolg is simpel, maar hard: hun strakke schema kan richting prullenbak. En tijd is hier letterlijk geld. Elke dag vertraging betekent niet alleen dat er minder snel gasten kunnen komen, maar ook dat het gezin langer in een tijdelijke situatie zit. Ondertussen lopen vaste kosten gewoon door. Daarnaast speelt er nóg iets: water blijft niet alleen buiten, het kan ook binnen problemen geven. En dat merken Bart en Loes later opnieuw, op een andere manier dan alleen modder.

Bouwen, opvoeden en overleven in hetzelfde ritme
Terwijl het weer tegenzit, draait het leven thuis ook gewoon door. Kae en Yuki hebben aandacht nodig, ritme, rust en veiligheid. Dat is op zichzelf al een uitdaging, laat staan als je dag bestaat uit klussen, gereedschap, natte schoenen en een hoofd vol to-do’s. Bart werkt van ’s ochtends tot ’s avonds door om iedere verloren dag weer in te halen.
Loes probeert het overzicht te bewaren: wat kan nu wel, wat moet wachten, waar moeten keuzes gemaakt worden? Zij is degene die vaak de lijnen uitzet, terwijl Bart vooral meters maakt met zijn handen. En dan heb je nog alle extra’s die bij emigreren horen: Spaans leren, wennen aan lokale regels, contacten opbouwen en proberen onderdeel te worden van het dorp. Het is alsof je meerdere levens tegelijk aan het opstarten bent.
Budgetstress en de prijs van tegenslag
Als je met 25.000 euro zowel moet leven als verbouwen, voelt elke onverwachte tegenvaller als een domper. Extra materiaal, extra huur van spullen, reparaties die ineens toch nodig zijn: het tikt snel aan. Regen is daarin verraderlijk, omdat het niet alleen werk stopt, maar ook schade kan veroorzaken en herstelwerk kan opleveren. Je betaalt dus voor het wachten én voor de gevolgen.
Daarom hangt er in deze aflevering continu een spanningslijn: redden ze het op tijd om het seizoen mee te pakken? En kunnen ze een plek neerzetten die niet alleen ‘af’ is, maar ook prettig genoeg om gasten terug te laten komen? Bart en Loes willen duidelijk kwaliteit, maar kwaliteit kost meestal óf geld óf tijd. En van allebei hebben ze niet veel over.


