In het zonovergoten Calpe hangt een relaxte vakantiesfeer, maar in Een vergetelijk mooie reis krijgt die luchtigheid al snel een extra laag. Paul de Leeuw trekt er deze keer op uit met Kees en zijn vrouw Gonnie, die samen even weg zijn van alles wat thuis zo vertrouwd én zo ingewikkeld kan voelen.
Het is namelijk niet zomaar een uitstapje. Tijdens de trip valt er iets te vieren, al wordt dat feestelijke randje voortdurend afgewisseld met kleine momenten die je stil maken. Onderweg proberen Paul en Kees iets te verzinnen dat past bij de gelegenheid, zonder het groter te maken dan nodig.
Een verjaardag met een knipoog
Kees is in Calpe omdat hij daar zijn 70e verjaardag viert. En zoals dat gaat op vakantie: er moet ook een cadeautje komen. Iets simpels, iets typisch, iets waar je later om kunt glimlachen — en dus belanden ze al snel bij een klassieker.
Een toeristisch T-shirt van Calpe lijkt precies het soort presentje dat niet te zwaar is, maar wel blijft hangen. Het past bij de setting en bij de manier waarop Paul de boel graag lucht geeft, zelfs als het onderwerp ondertussen serieus is.
Openhartig gesprek tijdens het uitje
Terwijl ze rondlopen, vertelt Kees eerlijk over zijn leven en over de diagnose die hij met zich meedraagt: vasculaire dementie. Dat is een vorm van dementie die ontstaat door problemen met de bloedvaten in de hersenen, vaak na kleine of grotere infarcten.
Wat opvalt: Kees kent de wereld van het woonzorghuis niet alleen als bewoner, maar ook als iemand die er jarenlang een rol in speelde. Nog voor hij zelf hulp nodig had, was hij er vrijwilliger. Dat dubbele perspectief geeft zijn verhaal extra gewicht.
Tekst gaat verder onder de video
‘Ik ging er eigenlijk al vanuit’
Kees legt uit dat de diagnose hem ergens niet compleet overviel. In zijn familie kwam het vaker voor. Zijn ouders kregen het allebei, en die ervaring zat blijkbaar al jaren in zijn achterhoofd. Hij zegt het nuchter, bijna alsof het een vanzelfsprekend pad was.
Die nuchterheid voelt niet koud, maar juist als een manier om ermee om te gaan. Alsof hij daarmee grip houdt op iets dat in de praktijk juist gek genoeg is: dat je wéét dat er iets kan komen, maar nooit precies hoe en wanneer.
Van de bouw naar een ander ritme
Jarenlang werkte Kees in de bouw. Gonnie schetst die wereld als een ‘lompe en grove’ omgeving: hard werken, weinig franje, vooral dóórgaan. Kees hoort daar thuis, iemand die fysiek werk niet uit de weg gaat en gewend is zijn schouders eronder te zetten.
Tot zijn leven op z’n 59e een klap krijgt door een herseninfarct. Ineens is doorwerken geen optie meer. Dat soort momenten veranderen niet alleen je agenda, maar ook je identiteit: wie ben je als het werk dat je altijd deed ineens wegvalt?
Vrijwilliger met een luisterend oor
Stilzitten blijkt niets voor Kees. Na zijn verplichte stop zoekt hij opnieuw een plek waar hij iets kan betekenen. Zo komt hij terecht als vrijwilliger in een woonzorghuis. Vier jaar lang maakt hij tijd voor bewoners, gewoon door er te zijn en te luisteren.
Ook als mensen in herhaling vielen, bleef hij geduldig, vertelt hij. Dat typeert hem: niet meteen willen ‘oplossen’, maar aandacht geven. In een omgeving waar dagen soms op elkaar lijken, kan juist die aandacht een groot verschil maken.

Als collega’s het gedrag herkennen
Dan schuift het verhaal langzaam richting het confronterende deel. Want op een gegeven moment merken collega’s dat er bij Kees iets verandert. Niet met een groot drama, maar met kleine signalen. Dingen die eerst vanzelf gingen, worden ineens onhandig of verwarrend.
Hij noemt een voorbeeld dat meteen duidelijk maakt hoe het er in het dagelijks leven kan insluipen: opeens wist hij niet meer hoe hij water bij het koffiezetapparaat moest doen. Zo’n moment is klein, maar kan tegelijk als een enorme alarmbel voelen.
De diagnose en het toekomstbeeld
Hoewel de diagnose dus niet volledig uit de lucht kwam vallen, blijft de blik vooruit heftig. Kees zegt het rustig: hij kan nog tien jaar leven, maar het kan ook korter. Die onzekerheid hangt boven alles, hoe mooi de omgeving ook is.
Wanneer Paul vraagt of dat hem bezighoudt, valt er even een stilte die meer zegt dan een heel gesprek. Kees probeert er liever niet aan te denken, vertelt hij, en je merkt dat het hem raakt. “Nu schiet ik vol,” geeft hij toe.
Roze flamingo’s als onverwachte afleiding
En precies op zo’n moment gebeurt er iets wat bijna filmisch aanvoelt. Ineens verschijnen er roze flamingo’s in beeld, rustig in het water. Het is zo’n toevallige onderbreking die spanning breekt, zonder er woorden voor nodig te hebben.
Kees en Paul zijn direct afgeleid. Niet omdat het gesprek niet belangrijk is, maar omdat het leven soms zo werkt: je staat met een brok in je keel, en dan trekt iets kleins — een dier, een blik, een geluid — je even terug naar het nu.
Een reis die blijft hangen
Ook al zijn er pas twee afleveringen uitgezonden, de reis heeft duidelijk iets losgemaakt bij Paul. Het programma draait om ontmoetingen die je niet snel vergeet, en deze aflevering lijkt dat precies te vangen: humor naast kwetsbaarheid, en lichtheid naast waarheid.










