In een zonnig stadje in Spanje wordt achter de schermen hard geklust aan een typisch Nederlands plan: een snackbar met vertrouwde happen, maar dan pal onder de mediterrane zon. Voor de familie Jelies is het de volgende stap in hun emigratie-avontuur.
Wie de familie volgt via Jelies & Gnodde: Grote Gezinnen Emigreren ziet hoe zij hun leven steeds verder verplaatsen naar Pinoso. En terwijl de verhuisdozen nog maar net zijn uitgepakt, ligt de focus al op een nieuw project dat veel losmaakt.
Een snackbar als nieuw hoofdstuk
De familie Jelies werkt aan de opening van een snackbar in Spanje, met een menu dat duidelijk knipoogt naar Nederland. Denk aan klassiekers en zelfs Urker kibbeling, bedoeld voor iedereen die heimwee heeft naar de bekende smaak.
Opvallend is dat dochters Aida en Jantine straks de zaak gaan runnen. Zij zouden ook boven de snackbar gaan wonen, wat het project meteen extra serieus maakt: werken en wonen op één plek, midden in een dorp waar veel gebeurt.
Werken boven school
In de uitzendingen klonken eerder al stevige uitspraken van Johan over onderwijs. Volgens hem draait school voor een groot deel om indoctrinatie, en ziet hij liever dat de meiden hun energie in werk steken dan in lessen en diploma’s.
Tekst gaat verder onder de video
Dat standpunt past in het grotere plaatje: de familie kiest nadrukkelijk voor een praktisch leven, met ondernemen als ruggengraat. De snackbar is daarbij niet alleen een bron van inkomen, maar ook een manier om hun plek in Spanje te verstevigen.
De taal als struikelblok
Toch zit er een hoekje aan het plan waar je niet zomaar omheen loopt: klanten helpen in Spanje is een stuk makkelijker als je Spaans spreekt. En juist daar blijkt het in de praktijk nog best te wringen.
Waar Johan naar eigen zeggen aardig uit de voeten kan, heeft Janneke meer moeite met de taal. Dat levert herkenbare situaties op: een bestelling opnemen, iets uitleggen, of snel reageren op een vraag voelt ineens als een extra hindernis.
‘Wij zijn hier de buitenlanders’
Johan probeert het luchtig te houden en plaatst hun situatie in een breder perspectief. Hij vraagt zich hardop af hoe het zou zijn als er in Spanje een verplichte inburgeringscursus voor hen zou bestaan, zoals in Nederland vaak van nieuwkomers wordt verwacht.
Daarbij gebruikt hij een uitspraak die opvalt: volgens hem zijn ze in Spanje “een beetje de Marokkanen”, omdat zij nu de buitenlanders zijn. Janneke knikt mee, maar ziet tegelijkertijd ook een kant die het voor hen makkelijker maakt.

Nederlanders als vangnet
Janneke wijst erop dat er in hun omgeving veel Nederlanders wonen. Dat maakt het dagelijkse leven sneller comfortabel: boodschappen doen, praten met buren of even iets regelen kan vaak gewoon in het Nederlands, zonder stress over woordjes.
Johan beaamt dat meteen en trekt daar een duidelijke conclusie uit: ze hoeven bijna geen Spaans te leren. Het klinkt praktisch, maar roept ook vragen op: hoe Spaans wordt je leven eigenlijk als je vooral in een Nederlandse bubbel leeft?
Pinoso als ‘Nederlandse enclave’
Volgens Johan voelt Pinoso inmiddels als een gewoon Nederlands dorp, maar dan met constant mooi weer. Janneke gaat nog een stapje verder en noemt het zelfs een “Nederlandse enclave”, een plek waar je het thuisgevoel snel terugvindt.
Voor Johan is dat vooral positief: hij is blij dat er zoveel Nederlanders wonen. Het maakt het emigreren minder spannend en meer vertrouwd. Tegelijk blijft het interessant om te zien hoe die keuze uitpakt als de snackbar straks echt draait.










