Wie op zaterdagavond gedachteloos langs de zenders zapt, kan ineens blijven hangen bij iets dat voelt als een déjà vu: De Staatsloterij Show is terug. Met glimmende studioverlichting, grote bedragen en stellen die zich laten testen op lef, kennis en uithoudingsvermogen. Alleen: het programma wil zó graag een feest zijn, dat het onderweg een belangrijk ingrediënt kwijtraakt.
Want hoe nostalgisch het decor ook knipoogt naar vroeger, de vraag is of die ouderwetse zenuwen ook terugkeren. Je weet wel: dat moment waarop iemand één verkeerde keuze maakt en je als kijker bijna hardop “nee!” roept naar de tv. Die spanning moet je nu eerder zoeken tussen de reclames dan in het spel zelf.
Een comeback met hoge verwachtingen
De originele Staatsloterij Show was in de jaren ’90 voor veel mensen typisch zaterdagavondvermaak: kandidaten die fysiek tot het uiterste gingen, vragen onder druk beantwoordden en bedragen wonnen die toen als levensveranderend voelden. De show had een soort nationale bravoure: groot, spannend en soms een tikje meedogenloos.
Voor deze nieuwe versie is de presentatie in handen van Hélène Hendriks. En zij kwam niet stilletjes binnenwandelen: in interviews benadrukte ze hoe intens het eraan toe kan gaan en hoe “gewone mensen” ineens boven zichzelf uitstijgen voor een flinke geldprijs. De toon is duidelijk: dit móét een event zijn.
Hélène Hendriks als motor van de uitzending
Hendriks draagt het tempo alsof ze een live sportavond aan elkaar praat. Er wordt weinig stilgestaan; elk onderdeel moet doorduwen naar het volgende moment. Dat geeft energie, maar het maakt het ook lastiger om als kijker echt mee te leven met wat er op het spel staat.
Daarbovenop komen de grapjes en terzijdes, soms net iets te duidelijk ingestudeerd. Een terugkerend onderwerp in deze aflevering was bijvoorbeeld de carrière van finalist Chris als model, alsof daar per se een verhaallijn van gemaakt moest worden. Het blijft hangen, zonder dat het iets toevoegt.

Sneller, luider en voller dan vroeger
De montage en cameravoering zitten strak in elkaar: filmische shots, snelle overgangen en een publiek dat op commando lijkt te klappen alsof de volumeknop vaststaat op 11. Het oogt modern en gelikt, maar het voelt ook alsof de show je geen seconde vertrouwen gunt.
Bij de oude studioprogramma’s zat spanning juist vaak in traagheid: handen die trilden, seconden die rekten, kandidaten die wisten dat één misstap het verschil maakte. In deze versie raast alles voorbij als een korte video die je eigenlijk nog een keer terug moet spoelen om te snappen wat de bedoeling was.
De spelregels zijn niet het probleem, de inzet wel
Als kijker kom je er uiteindelijk wel uit hoe het werkt, maar je merkt ook snel waarom de zenuwen niet echt willen toeslaan. De finaleronde begint namelijk niet bij “alles of niets”, maar bij bedragen waar niemand chagrijnig van de studio uitloopt.
Hendriks benadrukt trots dat de finale-kokers starten bij 10.000 euro en oplopen tot 100.000 euro, met daartussen meerdere opties. Dat is natuurlijk fantastisch voor de kandidaten. Alleen voor televisie is het een demper: het idee dat je toch wel goed zit, haalt de scherpe rand eraf.
Waarom andere shows wél aan je nagelriemen trekken
Vergelijk het met programma’s waarin de kandidaat echt kan vallen: bij Miljoenenjacht kun je spektakelbedragen pakken, maar je kunt ook door overmoed met weinig eindigen. Dat risico zorgt voor dat fysieke gevoel in je maag, zelfs als je alleen maar op de bank zit.
Bij De Staatsloterij Show lijkt het risico bewust klein gehouden. Dat is vriendelijk en veilig, en misschien ook passend bij een familieavond. Maar het maakt dat je als kijker minder krijgt om over te praten, na afloop. De prijs is hoog; de spanning blijft laag.

De denktank krijgt een moderne makeover
Ook het klassieke onderdeel dat veel kijkers nog kennen als de “Denktank” heeft een update gekregen. Geen futuristisch ogende cabine, maar een waterige proef waarbij kandidaten in zwemkleding met zware ballen aan de slag moesten terwijl ze vragen beantwoordden.
Het ziet er vooral onhandig en ongemakkelijk uit, en dat ondermijnt het idee van een slim, iconisch spelmoment. Opvallend genoeg was het meest bevredigende stukje juist de hulplijn die rustig en precies een ronde over het Koningshuis invulde, alsof ze er dagelijks verslag van doet.
Een finale die zichzelf uit de wind zet
Waar je hoopt op een climax met twijfel, strategie en een beetje bravoure, krijgt de finale uiteindelijk iets vrijblijvends. Chris omschreef het avontuur al vroeg als “een leuke date”, en die houding sijpelt door tot het slotmoment waarin gekozen moet worden.
In plaats van wikken en wegen wordt de winnende koker bepaald met een potje Iene Miene Mutte. Het is grappig op papier, en toevallig zat de ton in de koker waar al over werd gefantaseerd. Maar als ontknoping voelt het alsof de show zijn laatste beetje spanning zelf wegwuift.
Nostalgie werkt alleen als je het lef behoudt
Het wringt omdat de ingrediënten er allemaal zijn: een bekende titel, een grote studio, sympathieke kandidaten en prijzen waar je echt iets mee kunt. Alleen lijkt de show zo bang om iemand teleur te stellen, dat het geen ruimte laat voor echte spanning of echte keuzes.
Vroeger was niet alles beter, maar sommige programma’s durfden wel harder te zijn. Niet wreed, maar consequent: je speelde, je waagde iets, en soms ging je met minder naar huis dan je had gehoopt. Juist dat maakte de overwinning groot. Hier voelt winnen bijna gegarandeerd.




