Vanavond was het weer zo’n aflevering waarbij je na de eerste minuten al voelt: dit seizoen van Stars on Stage neemt geen gevangenen. De showstoppers stonden op het menu—nummers die je eigenlijk alleen in een uitverkocht theater verwacht, niet in een tv-studio met BN’ers. En toch gebeurde het.
Ik keek met open mond naar de scores die opnieuw over tafel vlogen. Vijf sterren hier, vijf sterren daar. Superknap, absoluut. Alleen knaagde er ook iets: hoe eerlijk is het nog als het veld zó uiteenloopt qua ervaring en omstandigheden?
Showstoppers met een bedrijfswaarschuwing
De opdracht was duidelijk: zet een act neer die zó groot is dat het applaus vanzelf doorrolt. Dat lukte ook—het publiek ging mee, de jury was gul, en de lat lijkt elke week een paar centimeter omhoog te schuiven.
Toch zit ‘m daar precies het punt. Het niveau is dit jaar ongekend hoog, en dat is niet alleen omdat iedereen zo hard werkt. Er doen dit seizoen simpelweg meerdere mensen mee die al jaren professioneel zingen. Dat merk je, in alles.
Een voorsprong die je niet wegpoetst
Natuurlijk: musical zingen is niet hetzelfde als “gewoon” zingen. Ademsteun, uitspraak, spelen terwijl je zingt—het is een vak apart. Sommige deelnemers zeggen zelfs dat een professionele zangachtergrond eerder lastig is, omdat je bepaalde gewoontes moet afleren.
Maar laten we ook niet doen alsof een getrainde stem geen voordeel is. Een zuivere noot halen als je hartslag 160 is, is iets anders dan proberen überhaupt op toon te blijven terwijl je ook nog een choreografie afwerkt. Dat verschil zie je terug in de waardering.
Tekst gaat verder onder de video
Als de één stil mag staan en de ander een marathon loopt
Neem iemand als Bouke: vocaal ijzersterk, daar is geen discussie over. Alleen viel het deze aflevering extra op dat zijn opdracht vooral leunde op zang, terwijl anderen ondertussen hun longen uit hun lijf dansten en alsnog de noten moesten raken.
Begrijp me niet verkeerd: een goede showstopper kan ook “staand” werken. Maar als je de acts naast elkaar zet, voelt de vergelijking scheef. De één krijgt ruimte voor controle, de ander moet op topsnelheid én emotie én timing leveren. Dat schuurt.
De underdog die alles tegelijk doet
En dan heb je iemand als Sosha Duysker, die met haar nummer uit Dreamgirls weer liet zien wat er gebeurt als je geen makkelijke route krijgt—en het alsnog waarmaakt. Zware choreografie, hoge noten, présence: ze deed het allemaal.
Ik was al moe van het kijken, en dat is meestal een goed teken: dan staat er écht iets. Voor mij is zij de underdog van dit seizoen. Niet omdat ze het “sympathiek” doet, maar omdat ze telkens het moeilijkste pakket krijgt en tóch overeind blijft.
De jurypunten voelen soms als appels met peren
Het lastige is dat de jury punten moet geven op één schaal, terwijl de opdrachten binnen dezelfde aflevering heel anders kunnen uitpakken. Als iemand een act krijgt met veel dans, tempo en gedoe, is het bijna logisch dat de zang er nét iets meer onder lijdt.
Bij een andere act is er juist meer focus op vocale finesse, met minder fysieke belasting. Dan kun je die sterren makkelijker binnenharken. Daardoor ontstaan er grote gaten in scores, terwijl de inzet en moeilijkheidsgraad niet altijd gelijk aanvoelen.

Wie moest vertrekken, en waarom dat niet verraste
Deze week was het Monique Klemann die afscheid moest nemen. Het voelde eerlijk gezegd niet als de grootste schok van het seizoen. In eerdere afleveringen bleef ze wat op de achtergrond; je had niet altijd het idee dat ze écht een moment claimde.
Met een relatief lage juryscore belandde ze samen met Dyantha Brooks in de gevarenzone. En hoewel Dyantha op haar beurt een act neerzette die vooral leunde op energie en beweging, was de jury streng: als de zang het niet houdt, is het klaar.
Dansen tot je buiten adem bent: hoe streng mag je zijn?
Dyantha stond te knallen op een nummer waarin de heupen nauwelijks stil mogen staan. Iedereen die wel eens een trap op rent met een zware tas weet: adem is ineens geen vanzelfsprekendheid meer. Laat staan als je ook nog moet zingen.
Dat is precies waarom het wringt. Een jury mag kritisch zijn—graag zelfs—maar de vergelijking moet wel kloppen. Als de ene kandidaat na een choreo nog zuiver moet zijn als een studioplaat, terwijl een ander rustiger kan bouwen, voelt het alsof niet iedereen hetzelfde spel speelt.
Een simpele oplossing voor volgende week
Misschien ligt de oplossing niet eens in mildere jurering, maar in eerlijker opdrachten. Geef de sterke zangers eens een act waarbij ze óók moeten rennen, springen, draaien en spelen alsof hun leven ervan afhangt. Niet om iemand te pakken, maar om het speelveld gelijker te maken.
Ik zou het oprecht interessant vinden om te zien hoe iedereen presteert wanneer de fysieke belasting per act beter in balans is. Dan kun je pas echt vergelijken wie de complete musicalperformer is: stem, spel én stamina.








