In de rechtbank in Den Bosch draaide het deze week om iets wat voor de meeste ondernemers weinig glamour heeft, maar wel grote gevolgen kan hebben: belastingaangifte. Rond vastgoedondernemer en realityster Peter Gillis stapelden de vragen zich op, terwijl justitie naar eigen zeggen een patroon ziet dat verder gaat dan een slordige administratie.
Wie Gillis kent van televisie, kent vooral de man van grote gebaren, vakantieparken en een stevige mening. In de rechtszaal ging het echter niet over camera’s of kijkcijfers, maar over termijnen, formulieren en jaarstukken die volgens het Openbaar Ministerie (OM) niet op tijd en niet volledig werden ingediend.
OM wil celstraf en boetes
Het OM eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden tegen Peter Gillis. Volgens justitie heeft hij met zijn bedrijven, waaronder de Oostappen Groep, te laat én onvolledig vennootschapsbelasting ingediend over de jaren 2020 en 2021.
De officier van justitie maakte daarbij duidelijk dat ondernemers, groot of klein, aan dezelfde spelregels moeten voldoen. Ook vroeg het OM om geldboetes voor de betrokken ondernemingen, omdat het volgens justitie niet alleen om één persoon draait, maar om de manier waarop de bedrijven zouden hebben gehandeld.
Volgens justitie gelden regels ook voor Gillis
In de zaal liet het OM weinig ruimte voor twijfel over de toon: het verwijt is dat Gillis zich zou gedragen alsof wet- en regelgeving niet op zijn situatie van toepassing is. Dat werd door de officier verwoord als een houdingprobleem, niet slechts een vergissing.
Daarmee zet het OM de zaak neer als meer dan ‘papierwerk dat bleef liggen’. Het gaat volgens justitie om verantwoordelijkheid: bij vennootschapsbelasting hoort een tijdige aangifte, en als die uitblijft of incompleet is, kan dat strafrechtelijke gevolgen hebben.

Gillis: ‘Ik had geen accountant’
Peter Gillis zelf kwam met een praktische verklaring. Hij zei dat hij in 2020 en 2021 een tijd zonder accountant zat die de belastingaangiften voor zijn bedrijf kon indienen. Volgens hem nam de vaste accountant in 2020 afscheid, en lukte het pas twee jaar later om een vervanger te vinden.
In de rechtbank werd doorgevraagd, onder meer waarom het eind 2020 zo lastig was om jaarstukken op te maken. Gillis antwoordde dat hij geen goede accountant had en dat hij pas in 2022 iemand vond die hij ‘echt nodig’ had voor het opstellen van de jaarstukken.
Waarom die jaarstukken zo belangrijk zijn
Voor lezers die niet dagelijks met boekhouding bezig zijn: jaarstukken vormen in de praktijk de basis voor veel belastingaangiften van bedrijven. Daarin staat onder andere wat er is verdiend, welke kosten er zijn gemaakt en wat het resultaat is. Zonder die cijfers blijft het vaak gokken.
Dat maakt de discussie in de rechtszaal extra relevant. Want zelfs als er intern problemen zijn met administratie of personeel, blijft de wettelijke plicht bestaan om aangifte te doen. Het OM lijkt te stellen dat dit soort organisatieproblemen geen vrijbrief kunnen zijn.
Deze zaak staat niet op zichzelf
De verdenkingen over 2020 en 2021 komen bovenop een andere, soortgelijke zaak die al loopt. Die eerdere zaak draait om vermeende belastingfraude in de periode 2014 tot en met 2019. Gillis is daarin eerder veroordeeld, maar die uitspraak is nog niet definitief.

Een jaar geleden kreeg Gillis in die zaak een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Hij ging in hoger beroep. Volgens zijn advocaten zou hij destijds geen eerlijk proces hebben gehad, wat één van de redenen is dat de zaak nog doorloopt.
Hoger beroep en de strijd om getuigen
In hoger beroep proberen verdachten en hun advocaten vaak extra ruimte te krijgen voor eigen onderzoek, bijvoorbeeld via getuigen. In het dossier rond Gillis speelde dat ook: verzoeken om getuigen te horen kwamen op tafel, maar het hof ging niet overal in mee.
Volgens eerdere berichtgeving zijn de meeste verzoeken afgewezen en werd slechts één getuige toegestaan. Dat detail laat zien hoe strak zo’n procedure kan zijn: het hof kijkt telkens of een verzoek echt noodzakelijk is voor de beoordeling van de zaak.
Wat er nu op het spel staat
De eis van achttien maanden onvoorwaardelijk is stevig, zeker voor een zaak die voor het publiek al snel voelt als ‘administratief gedoe’. Maar juist omdat belastinggeld en naleving van regels maatschappelijke gevoelig liggen, kan justitie hard optreden als het vermoeden bestaat dat grenzen zijn opgezocht of overschreden.
Voor Gillis staat er ook reputatie op het spel. Los van de juridische uitkomst kan aanhoudende aandacht voor belastingzaken doorwerken in zijn zakelijke relaties én in hoe kijkers hem zien. Zeker omdat dit niet de eerste keer is dat belastingkwesties rond zijn naam opduiken.










