Wie André en Roxeanne Hazes tegenkomt, merkt al snel dat ze benaderbaar zijn. Ze maken makkelijk een praatje, blijven vriendelijk en nemen de tijd. Alleen: er is één soort gesprek dat ze inmiddels bijna kunnen dromen.

In hun podcast ADHAZES vertellen broer en zus dat ze opvallend vaak mensen spreken die beweren hun vader, de overleden volkszanger André Hazes, goed te hebben gekend. En hoewel ze meestal netjes blijven, schuurt het steeds vaker.
De verhalen die steeds terugkomen
Het zijn niet per se gemene of rare ontmoetingen, eerder van die ‘toevallige bekenden’-momenten. Mensen stappen op hen af met een herinnering, een anekdote of een snel zinnetje dat volgens hen iets bijzonders zegt over André Hazes senior.
Alleen: veel van die verhalen lijken verdacht veel op elkaar. Roxeanne zegt dat ze na al die jaren precies weet welke varianten er langskomen. En juist het herhalen, steeds opnieuw, maakt dat het minder gezellig voelt.
‘Ik zat met je vader in de klas’
Eén van de klassiekers is de uitspraak dat iemand met André Hazes in de klas heeft gezeten. Roxeanne vertelt dat ze dan meteen denkt: hoe dan? Hun vader ging al rond zijn achtste van school af.
Als iemand dan vol overtuiging begint over ‘de klas’, schiet bij haar de vraag op: welke klas bedoel je precies? Het klinkt vriendelijk aan de buitenkant, maar vanbinnen voelt het voor haar alsof het verhaal gewoon niet kan kloppen.

Het biertje aan de bar
Een andere veelgehoorde variant is het verhaal van het biertje aan de bar. Mensen zeggen dan dat ze ooit met Hazes senior hebben gedronken, alsof dat meteen een soort persoonlijke band bewijst.
Roxeanne reageert daar relatief nuchter op: haar vader zat inderdaad vaak aan de bar, dus zo’n anekdote is niet per se uniek. André junior heeft er minder geduld voor en maakt het persoonlijker.
LEES OOK:Schokkend verleden B&B Vol Liefde-Jiry komt naar buiten: ‘Dit gun je niemand’
Waarom het voor André wringt
André zegt in de podcast dat hij soms denkt: had je dat maar niet gedaan, dat biertje drinken. Niet omdat hij iemand iets kwalijk neemt, maar omdat het hem confronteert met de tijd die hij zelf niet met zijn vader had.
Dat maakt zulke gesprekken dubbel. Voor de ander is het een luchtige herinnering, voor hem is het een prik naar iets wat voorbij is. Je ziet hoe een klein praatje ineens aan verdriet kan raken.
Netjes blijven, ook als het irriteert
Toch benadrukken ze allebei dat ze meestal gewoon beleefd blijven. Roxeanne zegt dat ze altijd wel ‘netjes’ reageert, maar dat het haar inhoudelijk weinig doet wat iemand vervolgens allemaal vertelt.

Ze snapt ergens ook dat het voor die persoon belangrijk voelt: die wil even delen dat hij of zij ‘iets’ met Hazes had. Alleen: voor André en Roxeanne is het geen zeldzaam moment, maar routine.
Mensen weten niet hoe vaak ze het horen
André plaatst er ook een kanttekening bij. Hij begrijpt dat mensen niet kunnen inschatten hoe vaak hij en zijn zus dit soort verhalen op een dag, in een week of in een jaar horen.
Voor degene die hen aanspreekt is het misschien de eerste en enige keer. Die persoon heeft geen idee dat André en Roxeanne al talloze keren dezelfde zinnen hebben aangehoord, met net andere details.
Een grap met een duidelijke ondertoon
Toch kan André het niet laten om er, op z’n Hazes’, nog een grapje achteraan te gooien. Voor de volgende keer heeft hij een suggestie: laat die verhalen dan maar lekker aan hun kinderen vertellen.
Het is een knipoog, maar er zit ook iets in: zij dragen het dagelijks mee, en soms willen ze gewoon André en Roxeanne zijn, in plaats van ‘de kinderen van’. Wat vind jij: moeten mensen zulke herinneringen delen of juist laten?










