Soms vertelt iemand in een podcast iets kleins, bijna terloops, en voel je direct dat er een veel groter verhaal achter zit. In haar podcast Lullen en Poetsen deelde Monique Westenberg de afgelopen tijd zo’n persoonlijke update. Ze sprak open over een therapievorm die ze op zichzelf én op haar zoon Dré heeft toegepast.
Het gaat om NEI-therapie, een methode die volgens Monique draait om het aanpakken van onverwerkte emoties en oude pijn die nog in je systeem kunnen hangen. Weekend tekende haar verhaal op, waarbij vooral duidelijk wordt hoe diep bepaalde jaren voor haar hebben ingegrepen.
Een nieuwe stap in een lang proces
Monique vertelt dat ze een paar maanden geleden met NEI-therapie is begonnen, en dat ze die therapie ook voor haar zoon heeft ingezet. NEI staat voor neuro-emotionele integratie, een naam die misschien wat technisch klinkt, maar volgens haar juist heel praktisch uitpakt.
Waar het voor haar om draait: het loslaten van oude patronen. Monique legt uit dat je daardoor klachten kunt verminderen of zelfs laten verdwijnen. Ze noemt daarbij niet alleen emoties, maar ook mentale, fysieke en zelfs ‘energetische’ signalen die kunnen opspelen.
Waarom het haar zo raakte
In haar uitleg komt al snel naar voren dat dit niet ‘zomaar’ een traject is dat je even meepakt. Monique linkt haar klachten en spanning aan een periode waarin verslaving een grote rol speelde in haar omgeving, waar ze lange tijd dichtbij stond.
Daarbij noemt ze haar ex André Hazes, die jarenlang met verslavingsproblemen kampte. Tegelijk maakt Monique duidelijk dat hij niet de enige is geweest in haar directe omgeving met wie ze in zo’n moeilijke situatie belandde.
De machteloosheid van dichtbij meekijken
Wat vooral blijft hangen aan Moniques verhaal is de machteloosheid die ze beschrijft. Als je veel van iemand houdt en je ziet diegene worstelen, maar je kunt het niet ‘oplossen’, dan sta je er volgens haar vaak hulpeloos bij.

Ze verwoordt het als toekijken terwijl je voelt dat je eigenlijk geen controle hebt. Dat is een harde realiteit voor veel mensen die naast iemand staan met een verslaving of destructieve patronen, en Monique zegt dat dit haar jarenlang heeft beïnvloed.
Het gevoel dat niemand luistert
Monique vertelt dat ze zich in die periode vaak alleen voelde. Niet per se omdat niemand om haar gaf, maar omdat het leek alsof signalen niet doorkwamen. Ze omschrijft het als “schreeuwen in een woestijn”.
Volgens haar was het frustrerend dat gesprekken met mensen om haar heen weinig effect hadden. Ze probeerde duidelijk te maken dat er iets speelde, maar had het gevoel dat anderen het niet zagen, niet hoorden of niet serieus genoeg oppakten.
Leven met angst op de achtergrond
Naast eenzaamheid noemt Monique ook angst als grote factor. Angst dat er iets mis zou gaan, dat iemand verkeerde keuzes zou maken, of dat het op een dag helemaal fout zou aflopen. Het soort spanning dat je niet zomaar uit zet.
Ze geeft aan dat dit niet een paar weken speelde, maar jarenlang als een soort constante ruis aanwezig was. Angst voor de toekomst, angst voor een telefoontje, angst voor de volgende stap die iemand zou zetten.
Herstellen van overlevingsstand kost tijd
Monique benadrukt dat helen niet van de ene op de andere dag gebeurt, zeker niet als je lange tijd in de ‘overlevingsstand’ hebt gestaan. Ze zegt er eerlijk bij dat mensen die het niet hebben meegemaakt dat soms lastig kunnen begrijpen.

Maar wie ooit in zo’n dynamiek heeft gezeten, herkent volgens haar hoe diep het kan ingrijpen. Je lichaam en hoofd wennen aan alert zijn, en als die stress uiteindelijk minder wordt, blijft er nog veel te verwerken over.
NEI-therapie als manier om los te laten
In die context beschrijft Monique NEI-therapie als een methode die haar hielp om oude patronen te doorbreken. Ze koppelt dat aan het idee dat klachten soms blijven hangen omdat emoties of ervaringen nooit echt een plek hebben gekregen.
Hoewel ze niet in detail treedt over hoe een sessie precies verloopt, is ze duidelijk over wat ze eruit haalt: meer ruimte, meer rust en het gevoel dat bepaalde delen van haar verleden niet meer steeds de toon zetten.
Praten met mensen die hetzelfde meemaakten
Wat ook opvalt: Monique zegt dat ze er nog regelmatig over praat met naasten die in dezelfde periode ook dichtbij stonden. Samen kijken ze terug op een tijd die volgens haar veel angst en pijn heeft gebracht.
Die gesprekken lijken niet alleen bedoeld om het verleden op te rakelen, maar juist om te erkennen wat het met iedereen heeft gedaan. Soms helpt het al om hardop te zeggen: ja, dit was heftig, en ja, dit heeft sporen nagelaten.
Dankbaarheid, maar pas na jaren
Monique sluit haar verhaal niet af met een snelle ‘alles is nu perfect’-boodschap. Ze zegt wel dat het met iedereen inmiddels goed gaat, en dat die dankbaarheid groot is. Maar, voegt ze eraan toe, dat heeft jaren gekost.
En misschien is dat wel de meest herkenbare kern: sommige hoofdstukken sluit je niet af met één gesprek of één keuze. Het is laagjes afpellen, jezelf weer terugvinden, en ondertussen leren dat herstel óók tijd mag kosten.








