Bij bekende gezichten op tv denk je al snel aan drukke studioschema’s, draaiboeken en maanden vooruit plannen. Wat je minder snel ziet, is dat er achter zo’n agenda soms een dagelijkse onzekerheid schuilgaat. Dat geldt ook voor Jamai Loman, die al jaren open is over zijn gezondheid.
De presentator is breed inzetbaar bij RTL en lijkt op het scherm vaak onverwoestbaar. Toch leeft hij met een situatie die zich niet laat regisseren. Niet door hem, niet door zijn omgeving en al helemaal niet door een zender die graag ruim van tevoren knopen doorhakt.
De onzichtbare spanning achter een bekend gezicht
Jamai onderging in 2018 een niertransplantatie. Dat gaf hem zijn energie en vrijheid terug, maar het brengt ook een groot vraagteken met zich mee. Een donornier kan gemiddeld vijftien tot twintig jaar meegaan, alleen: het kan ook eerder misgaan.
En die onzekerheid laat zich lastig plannen, zeker niet in televisieland. Waar formats worden gebouwd rondom vaste gezichten en opnamedagen ruim van tevoren worden vastgelegd, blijft er bij Jamai altijd een factor die niemand kan voorspellen: wanneer een nier mogelijk stopt.
Waarom ‘morgen’ ineens een reëel scenario is
In een interview met Party legt Jamai uit hoe grillig het kan zijn. Het kan morgen gebeuren, of overmorgen, of pas veel later. Hij probeert er niet voortdurend mee bezig te zijn, al is het natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan.
Toch is er volgens hem ook een verschil met de eerste keer dat het misging. Nu zijn artsen alert, wordt hij intensief gecontroleerd en kunnen signalen eerder worden opgepikt. Die wetenschap is geen garantie, maar wel een vorm van houvast.

Een transplantatie als wonder, en als dagelijkse realiteit
Jamai noemt een niertransplantatie zelf een klein wonder. Dat één ingreep zo’n enorm verschil kan maken, blijft voor hem bijzonder. Tot nu toe gaat het naar eigen zeggen geweldig: hij heeft een donornier die het ‘fantastisch’ doet en hij is trouw met zijn medicatie.
Ook de medische controle hoort bij zijn nieuwe normaal. Elke vier maanden meldt hij zich in het ziekenhuis, waar alles nauwlettend gevolgd wordt. Hij vindt het prettig dat er zo goed wordt opgelet, en hij omschrijft het zelfs als ‘geluk’, hoe gek dat ook klinkt.
De donor uit de familiekring
De nier die Jamai kreeg, kwam van Andy. Dat detail raakt, omdat het niet ging om een vage match uit een lange lijst, maar om iemand dichtbij. Wat hij vooral benadrukt: hoeveel mensen in zijn omgeving klaar stonden om te helpen.
Volgens Jamai meldden zich maar liefst zes familieleden als potentiële donor: nichtjes, zussen en zelfs een tante. Alleen al het idee dat mensen zo ver willen gaan, is indrukwekkend. Dat het uiteindelijk zijn zwager werd, maakt het extra bijzonder.
Leven met medicatie en een kwetsbaarder lijf
Een donornier betekent niet dat alles weer wordt zoals vroeger. Jamai moet levenslang medicatie slikken om afstoting te voorkomen, en dat beïnvloedt zijn weerstand. Het gevolg: hij is gevoeliger voor griepjes en virussen dan mensen met een ‘normaal’ werkend afweersysteem.

Waar een griep bij de één na een paar dagen wegzakt, kan het bij hem veel heftiger en langer zijn. Jamai zegt dat hij twee tot drie keer per jaar echt ziek is. Niet ‘even een dagje’, maar serieus beroerd.
Niet binnen blijven, wél bewust leven
Hij kan daar niet veel aan veranderen, behalve extreem voorzichtig worden. Maar dat is niet hoe hij het leven wil aanpakken. Binnen zitten met de deur op slot, noemt hij geen optie. Daarvoor, zegt hij, heeft hij die nier niet gekregen.
Die houding tekent hem: realistisch over de risico’s, maar ook vastbesloten om niet alleen patiënt te zijn. Juist omdat het allemaal zo onzeker is, wil hij leven in plaats van wachten tot er iets misgaat. Dat is begrijpelijk én moedig.
Wat dit betekent voor zijn werk en voor de toekomst
Voor RTL is Jamai een vertrouwd gezicht dat op verschillende programma’s past. Tegelijkertijd zit er in zijn situatie iets wat nooit helemaal ‘zakelijk’ wordt: gezondheid laat zich niet contracteren. Voor hem is die onzekerheid persoonlijk en dagelijks voelbaar.
Hoe het verder loopt, weet niemand. En precies dat blijft de kern: een donornier kan jaren meegaan, maar het kan ook sneller omslaan. Jamai lijkt vooral vast te houden aan wat hij wél heeft: goede zorg, goede controles en de ruimte om te blijven doen wat hij graag doet.










